In het rijk der mensen zijn vele verschillende soorten. Zo zijn er bijvoorbeeld de bouwvakkers, harde werkers die ’s avonds thuis komen en gelukkig worden van een potje bier. Goed dat ze er zijn anders had ik nu geen huis gehad. De padvinders, echte groepsmensen die met z’n allen een vlot bouwen om naar een eiland te varen waar ze vervolgens vuur maken en daar broodjes op bakken. De juppen, niet helemaal mijn soort mens. Ik noem ze ook wel eens Bakfietsmensen. Vroeger hadden juppen grote auto’s en sjieke kleding, maar tegenwoordig doen ze net of ze heel normaal zijn. In hun wind- en waterdichte Northface jas fietsen ze door Oud-Zuid met hun bakfiets. Ze brengen hun schattige blonde kindjes en één geadopteerd Afrikaantje naar vioolles en celloles. De milieuactivisten, goede zaak maar ik relativeer te veel (“ach, als de poolkappen smelten hebben de vissen weer meer water”). De nerden, ik heb nooit naar Star Track gekeken. En natuurlijk niet te vergeten: de netwerkers, dat zijn toch wel mensen waar ik tegen op kijk. Netwerkers hebben de gave om binnen 30 seconden te weten wie ze voor zich hebben, en of deze persoon bruikbaar zou kunnen zijn voor de toekomst. Ook zijn ze perfect in staat om zichzelf binnen 10 seconden voor te stellen, uit te leggen wat ze doen en een visitekaartje uit de binnenzak te halen en te overhandigen. Hoe doen ze dat toch?
Ik behoor tot de groep ‘mensen die niet bij een groep willen horen’. Ook wel einzelgänger genoemd. Alleen ik ben een einzelgänger in vermomming. Ik doe alsof ik een druk en sociaal leven heb, ik ga naar vrienden, naar toneelles en ik heb een drukke baan. Maar eigenlijk ben ik toch echt een einzelgänger. Het liefst zit ik op regenachtige dagen met een doos tissues op de bank te janken bij een trieste film of te luisteren naar dramatische muziek. Regelmatig dwaal ik af naar mijn fantasiewereld en ben ik onbereikbaar voor anderen. Ik heb zo mijn eigen leventje en wereldje opgebouwd dat het moeilijk is om daar iemand in te laten komen.
Zo kwam ik er achter dat ik geen grote kennissenkring heb. Als kind had ik op school maar één hartsvriendin, andere kinderen interesseerden me niet. Ik heb altijd op ballet gezeten wat ook niet bepaald een teamsport is. Het enige wedstrijdelement bij ballet was wie er vooraan mocht staan bij de jaarlijkse voorstelling en daar ging veel strijd en jaloezie bij te pas. Na mijn vwo heb ik niet gestudeerd maar ben ik over de wereld gaan reizen. Alleen. Daarna heb ik een leuke baan gevonden waarbij ik al snel in het kantoor terecht kwam. Alleen. Na een paar jaar anti-kraak te hebben gewoond en gehuurd bij de gemeente heb ik mijn eerste appartement gekocht. Alleen.
Eigenlijk doe ik mijn hele leven alles al alleen en zelfstandig en ik vond het ook prima zo. Tot voor een jaar geleden. Ik heb alles wat ik wil, doe precies waar ik zin in heb, maar toch is er een leeg plekje in mijn hart. Wat zou het leuk zijn om dat plekje op te vullen met iemand die me begrijpt. Maar ja, niemand begrijpt een einzelgänger laat staan dat je ermee kunt samenwonen. Alleen een andere einzelgänger begrijpt wat ik bedoel. Daarom zoekt deze einzelgänger een einzelgänger. Mocht er eentje in je straat wonen, op je werk zitten of op je roeivereniging: laat me het vooral weten!
zondag 10 oktober 2010
maandag 4 oktober 2010
Sterre
Omdat het vandaag dierendag is wordt het een keer tijd om een column te schrijven over mijn poes. En nee, dubbelzinnige denkers, dit wordt geen soft-pornografisch verhaal over mijn geslachtsdeel. Het gaat over mijn poes als huisdier. Het gezelschapsdier poes. Zeg maar een vrouwelijke kat. En wat kan je een huisdier voor ’n groter cadeau geven dan een column over ze te schrijven? Mijn poes is misschien wel doof, maar lezen kan ze als de beste!
Ze heet Sterre. Hoe ze aan die naam komt is al een verhaal op zich. Ik heb haar 4 jaar geleden uit het asiel gehaald in Oostzaan. Ik liep op de kattenverzorgster af (inclusief flanellen overhemd en bodywarmer) en sprak de historische woorden: “Ik wil graag een kat.” Ik wilde eigenlijk een mannetje want ik had al een naam. Willem. “Hoe woon je?” vroeg de kattenverzorgster. In een appartement. Heb je een tuin? Nee. Wonen er meerdere mensen in je huis? Nee. Heb je andere huisdieren? Nee. Shit, dacht ik, ik ben helemaal niet geschikt voor een kat! Ik heb geen tuin, geen andere huisdieren om mee te spelen en geen kinderen die de kat kunnen vertroetelen. In mijn gedachten beeldde ik me in dat er rechts boven mijn hoofd twee vakjes stonden met geschikt en ongeschikt. Langzaam zag ik het vakje ongeschikt ingevuld worden. “Nou dan heb een perfecte poes voor jou!” zei de kattenverzorgster, “ze is doof, houdt niet van andere huisdieren en mag niet naar buiten.” Nou helemaal toppie dus! Het vakje ongeschikt werd uitgegumd, en het vakje geschikt werd ingekleurd.
We liepen de verblijfplaats in en daar bovenop de hokken zat een groot wit gestalte. Als een leeuwin keek ze uit over haar onderdanen. In het begin was ik wel een beetje onder de indruk van haar. Zou het wel klikken tussen ons? Maar uiteraard nam ik haar mee naar huis. De naam die ze van het asiel had gekregen was Crema. Waarom in hemelsnaam weet niemand. Waarschijnlijk omdat ze wit is, crèmekleurig. Maar het deed me meer denken aan Croma bak en braadboter. Dus ze had de eerste weken geen naam, ze is toch doof dus ik kan haar ook niet roepen. Toen iedereen aan mij vroeg “hoe heet ze?” heb ik toch maar een naam verzonnen. Ze had een “S” in haar oor getatoeëerd dus ik dacht dat haar vorige eigenaar haar Sneeuwwitje had genoemd of zo. Ik wilde niet zo’n voorspelbare naam aan haar geven dus ik heb haar Sterre genoemd. Pas een paar jaar later zei mijn broer dat ze waarschijnlijk die "S" in haar oor had omdat ze geSteriliseerd is.
Afgelopen week was er een onderzoek op de radio dat 90 procent van de vrijgezellen in Nederland het bed deelt met hun huisdier. Vrijgezellen zien vaak hun huisdier als een vervanger voor een geliefde. De kat is het populairste dier om het bed mee te delen. Gelukkig is mijn relatie met Sterre heel normaal. ’s Ochtends verlaat ik mijn huis om te gaan werken. Sterre kijkt me dan aan met een blik die zegt ‘ga niet weg!’. Dan leg ik haar uit dat baasje moet gaan werken om centjes te verdienen anders kan ik geen eten meer voor haar kopen. Als ik thuis kom springt ze meteen op de bank en begint klagelijk te janken. Ik moet gaan zitten zodat ze op mijn schoot kan knuffelen. Ik vertel haar hoe mijn dag was. Dat ze doof is weerhoudt mij er niet van om hele epistels aan haar te vertellen. Dan gaan we samen eten en tv kijken. Ik wil graag naar De wereld draait door kijken terwijl Sterre liever Goede tijden slechte tijden kijkt. Als ik naar bed ga springt zij er als eerste in. We knuffelen eerst nog wat en daarna valt ze in mijn armen in slaap. Volgende week gaan we romantisch uit eten en daarna naar de bioscoop. En in december gaat ze mee naar Bali waar we gaan surfen en duiken. Toch gezellig hoor zo’n poes!
Ze heet Sterre. Hoe ze aan die naam komt is al een verhaal op zich. Ik heb haar 4 jaar geleden uit het asiel gehaald in Oostzaan. Ik liep op de kattenverzorgster af (inclusief flanellen overhemd en bodywarmer) en sprak de historische woorden: “Ik wil graag een kat.” Ik wilde eigenlijk een mannetje want ik had al een naam. Willem. “Hoe woon je?” vroeg de kattenverzorgster. In een appartement. Heb je een tuin? Nee. Wonen er meerdere mensen in je huis? Nee. Heb je andere huisdieren? Nee. Shit, dacht ik, ik ben helemaal niet geschikt voor een kat! Ik heb geen tuin, geen andere huisdieren om mee te spelen en geen kinderen die de kat kunnen vertroetelen. In mijn gedachten beeldde ik me in dat er rechts boven mijn hoofd twee vakjes stonden met geschikt en ongeschikt. Langzaam zag ik het vakje ongeschikt ingevuld worden. “Nou dan heb een perfecte poes voor jou!” zei de kattenverzorgster, “ze is doof, houdt niet van andere huisdieren en mag niet naar buiten.” Nou helemaal toppie dus! Het vakje ongeschikt werd uitgegumd, en het vakje geschikt werd ingekleurd.
We liepen de verblijfplaats in en daar bovenop de hokken zat een groot wit gestalte. Als een leeuwin keek ze uit over haar onderdanen. In het begin was ik wel een beetje onder de indruk van haar. Zou het wel klikken tussen ons? Maar uiteraard nam ik haar mee naar huis. De naam die ze van het asiel had gekregen was Crema. Waarom in hemelsnaam weet niemand. Waarschijnlijk omdat ze wit is, crèmekleurig. Maar het deed me meer denken aan Croma bak en braadboter. Dus ze had de eerste weken geen naam, ze is toch doof dus ik kan haar ook niet roepen. Toen iedereen aan mij vroeg “hoe heet ze?” heb ik toch maar een naam verzonnen. Ze had een “S” in haar oor getatoeëerd dus ik dacht dat haar vorige eigenaar haar Sneeuwwitje had genoemd of zo. Ik wilde niet zo’n voorspelbare naam aan haar geven dus ik heb haar Sterre genoemd. Pas een paar jaar later zei mijn broer dat ze waarschijnlijk die "S" in haar oor had omdat ze geSteriliseerd is.
Afgelopen week was er een onderzoek op de radio dat 90 procent van de vrijgezellen in Nederland het bed deelt met hun huisdier. Vrijgezellen zien vaak hun huisdier als een vervanger voor een geliefde. De kat is het populairste dier om het bed mee te delen. Gelukkig is mijn relatie met Sterre heel normaal. ’s Ochtends verlaat ik mijn huis om te gaan werken. Sterre kijkt me dan aan met een blik die zegt ‘ga niet weg!’. Dan leg ik haar uit dat baasje moet gaan werken om centjes te verdienen anders kan ik geen eten meer voor haar kopen. Als ik thuis kom springt ze meteen op de bank en begint klagelijk te janken. Ik moet gaan zitten zodat ze op mijn schoot kan knuffelen. Ik vertel haar hoe mijn dag was. Dat ze doof is weerhoudt mij er niet van om hele epistels aan haar te vertellen. Dan gaan we samen eten en tv kijken. Ik wil graag naar De wereld draait door kijken terwijl Sterre liever Goede tijden slechte tijden kijkt. Als ik naar bed ga springt zij er als eerste in. We knuffelen eerst nog wat en daarna valt ze in mijn armen in slaap. Volgende week gaan we romantisch uit eten en daarna naar de bioscoop. En in december gaat ze mee naar Bali waar we gaan surfen en duiken. Toch gezellig hoor zo’n poes!
zondag 26 september 2010
Levensfases
Ik leef mijn leven in fases. De ene keer zit ik in een theaterfase, dan weer in een ‘ik-ga-een-keer-een-goed-boek-lezen-fase’, en soms oefen ik een paar maanden lang met een band in een garage voor een optreden wat uiteindelijk nooit gaat plaatsvinden. Vorig jaar ben ik begonnen met schrijven. Het was een lange koude winter en ik zat te vaak op de bank met mijn kat op schoot tv te kijken. Op een zeker moment dacht ik: dit is genoeg. Ik ga een boek schrijven!
En zo begon ik te schrijven aan zes boeken waarvan ik alleen de eerste twee hoofdstukken af had. Ik vind het leuk om ergens aan te beginnen, maar ik maak bijna nooit iets af. Toen kwam ik met het idee om korte verhalen te schrijven, sterker nog: columns! En om creatief te blijven en me achter de vodden aan te zitten dwong ik mijzelf om iedere week een nieuwe column te schrijven. Ik begon een blog en noemde deze: Mijn wekelijkse columns.
In het begin was ik niet te stoppen. Ik schreef verhaal na verhaal en kon niet wachten tot het weer donderdag was om het online te zetten. Maar na bijna een jaar verhalen schrijven begint de grote put met inspiratie een beetje leeg te raken. En ook mijn scherpe dubbelzinnige schrijfstijl begint me te vervelen. Ik begon in de zomervakantie al smoesjes te verzinnen. Ik ga 3 weken weg dus ik weet niet of ik een column ga plaatsen. Nu heb ik al twee weken niets meer van me laten horen.
Het is waar, de wekelijkse column fase is voorbij. Ik zit nu in de fase toneelgroep, vioolles, salsadansen en jongens. Ik heb helemaal geen tijd meer om wekelijkse columns te schrijven! Maar wees niet bang. Ik ga niet stoppen. Na diverse dreigmail van trouwe fans die mij vriendelijk doch dringend hebben verzocht om binnen deze week nog een column te posten (bij deze) heb ik besloten om niet te stoppen. Het wordt tijd dat ik een keer iets afmaak in mijn leven. Ik moet even doorzetten en dan vind ik vanzelf weer inspiratie en motivatie. Er gebeurt genoeg in de wereld en ook al interesseert het me geen reet, ik kan er best iets over schrijven. Vanaf nu is er iedere week weer een column. I'M BACK!
En zo begon ik te schrijven aan zes boeken waarvan ik alleen de eerste twee hoofdstukken af had. Ik vind het leuk om ergens aan te beginnen, maar ik maak bijna nooit iets af. Toen kwam ik met het idee om korte verhalen te schrijven, sterker nog: columns! En om creatief te blijven en me achter de vodden aan te zitten dwong ik mijzelf om iedere week een nieuwe column te schrijven. Ik begon een blog en noemde deze: Mijn wekelijkse columns.
In het begin was ik niet te stoppen. Ik schreef verhaal na verhaal en kon niet wachten tot het weer donderdag was om het online te zetten. Maar na bijna een jaar verhalen schrijven begint de grote put met inspiratie een beetje leeg te raken. En ook mijn scherpe dubbelzinnige schrijfstijl begint me te vervelen. Ik begon in de zomervakantie al smoesjes te verzinnen. Ik ga 3 weken weg dus ik weet niet of ik een column ga plaatsen. Nu heb ik al twee weken niets meer van me laten horen.
Het is waar, de wekelijkse column fase is voorbij. Ik zit nu in de fase toneelgroep, vioolles, salsadansen en jongens. Ik heb helemaal geen tijd meer om wekelijkse columns te schrijven! Maar wees niet bang. Ik ga niet stoppen. Na diverse dreigmail van trouwe fans die mij vriendelijk doch dringend hebben verzocht om binnen deze week nog een column te posten (bij deze) heb ik besloten om niet te stoppen. Het wordt tijd dat ik een keer iets afmaak in mijn leven. Ik moet even doorzetten en dan vind ik vanzelf weer inspiratie en motivatie. Er gebeurt genoeg in de wereld en ook al interesseert het me geen reet, ik kan er best iets over schrijven. Vanaf nu is er iedere week weer een column. I'M BACK!
maandag 6 september 2010
Verjaardag
Weken van te voren ben ik al zenuwachtig voor mijn verjaardag. Moet ik een feestje geven of toch niet? Wie zal ik uitnodigen en komen ze wel opdagen? En is het niet raar als ik die oude schoolvriendin uitnodig die ik al een jaar niet meer gebeld heb?
Vervolgens moet ik ook nog een leuk en origineel verjaardagscadeau verzinnen voor mijn ouders. Twee jaar geleden kreeg ik een zonnebril op sterkte die ik zelf had besteld en vorig jaar was het een vier-seizoenen-dekbed. Dit jaar was geen makkelijke opdracht. Ik had geen praktische dingen nodig en wat ik wel wilde was niet te koop of te duur. Het budget is 75 euro en ik klaag al vanaf mijn tiende dat ik liever gescheiden ouders had gehad. Dit jaar had ik op mijn lijstje staan: 6 maanden rondtrekken door Zuid-Amerika, een cursus parachutespringen, een proefles in een Apache helikopter of een nieuwe vriend inclusief huisje en beestje (dat boompje vind ik een beetje overdreven). Geen van dit alles werd door mijn moeder goedgekeurd dus uiteindelijk vroeg ik maar om een vibrator, toch nog een praktisch cadeau.
Twee dagen voor mijn verjaardag was ik vrij. Vrijdag heb ik boodschappen gedaan en appeltaart gebakken, en ja, dat heeft me echt de hele dag gekost. Zaterdag heb ik mijn hele huis opgeruimd en mensen die mij kennen weten dat ik niet een heel opgeruimd typje ben. Ik hou wel van een beetje ‘gezellige rommel’. Maar er zouden kinderen en honden op bezoek komen en ik wilde niet dat die er met mijn rondslingerende telefoonoplader en onbetaalde rekeningen vandoor gingen. Dus ik moest aan de bak en mijn huis schoonmaken. Alle losse onderdelen gingen in een la, de cd’s die rondom mijn cd-speler verspreid lagen gingen netjes in het cd-rekje en over alle stoffige kastjes en plankjes ging een heerlijk fris “Cilit Bang! en het vuil is weg” -sopje. Mijn huis glom als nooit te voren en ik was er weer helemaal trots op! De ochtend van mijn verjaardag heb ik de vloer nog gezogen en gedweild omdat het geen zin heeft met mijn kat om dat een dag van te voren te doen. Je stofzuigt en nog geen minuut later besluit mijn kat om haar gehele kattenbak eens even heerlijk uit te mesten. Over mijn vloer. Dus nadat ik op mijn knietjes de vloer had gedweild heb ik snel de deur naar de kattenbak dichtgedaan, Sterre moest het maar eens een dagje ophouden.
Om één uur kwamen de eerste klanten binnen, uiteraard mijn ouders. Overigens zonder vibrator maar dat terzijde. Om 4 uur was het spitsuur in mijn huis. De woonkamer zat vol met broers, neven, nichten, honden, kinderen en vrienden. Ik rende van de koelkast naar de lege glazen, van de lege chipsbak weer terug naar de keuken. Droge worst snijden, o de deurbel gaat, deur openen, shit het kind loopt bijna de deur uit, nieuwe visite positioneren en drankjes geven, cadeautje uitpakken, o leuk een boekenbon dankjewel, waar was ik ook alweer mee bezig? O ja de droge worst, terug naar de keuken, droge worst op de salontafel neerzetten, o shit de hond pakt de worst, doe die hond even op het balkon! Kinderen moeten limonade, niet te sterk niet te slap, heeft iedereen nog te drinken? O shit de hond poept op mijn balkon, balkon schoonspoelen met water, Nienke speel even een stukje op je viool!, o klinkt lekker vals, kinderen piesen naast mijn zojuist schoongemaakte toilet, hoe was je vakantie? Ja leuk, hoe was jouw vakantie? Leuk. Mooi. Tis wat hè met dat kabinet! Nou!
Om tien uur was iedereen weer weg en kon ik eindelijk zitten. De laatste twee uur van mijn verjaardag heb ik heerlijk in stilte genoten. Mijn huis was een grotere ravage dan voorheen en ik kon weer helemaal opnieuw beginnen met opruimen. Gelukkig duurt het nog een jaar voordat ik weer jarig ben dus voorlopig ben ik niet aan de beurt. Tot die tijd laat ik deze ‘gezellige rommel’ lekker liggen!
Vervolgens moet ik ook nog een leuk en origineel verjaardagscadeau verzinnen voor mijn ouders. Twee jaar geleden kreeg ik een zonnebril op sterkte die ik zelf had besteld en vorig jaar was het een vier-seizoenen-dekbed. Dit jaar was geen makkelijke opdracht. Ik had geen praktische dingen nodig en wat ik wel wilde was niet te koop of te duur. Het budget is 75 euro en ik klaag al vanaf mijn tiende dat ik liever gescheiden ouders had gehad. Dit jaar had ik op mijn lijstje staan: 6 maanden rondtrekken door Zuid-Amerika, een cursus parachutespringen, een proefles in een Apache helikopter of een nieuwe vriend inclusief huisje en beestje (dat boompje vind ik een beetje overdreven). Geen van dit alles werd door mijn moeder goedgekeurd dus uiteindelijk vroeg ik maar om een vibrator, toch nog een praktisch cadeau.
Twee dagen voor mijn verjaardag was ik vrij. Vrijdag heb ik boodschappen gedaan en appeltaart gebakken, en ja, dat heeft me echt de hele dag gekost. Zaterdag heb ik mijn hele huis opgeruimd en mensen die mij kennen weten dat ik niet een heel opgeruimd typje ben. Ik hou wel van een beetje ‘gezellige rommel’. Maar er zouden kinderen en honden op bezoek komen en ik wilde niet dat die er met mijn rondslingerende telefoonoplader en onbetaalde rekeningen vandoor gingen. Dus ik moest aan de bak en mijn huis schoonmaken. Alle losse onderdelen gingen in een la, de cd’s die rondom mijn cd-speler verspreid lagen gingen netjes in het cd-rekje en over alle stoffige kastjes en plankjes ging een heerlijk fris “Cilit Bang! en het vuil is weg” -sopje. Mijn huis glom als nooit te voren en ik was er weer helemaal trots op! De ochtend van mijn verjaardag heb ik de vloer nog gezogen en gedweild omdat het geen zin heeft met mijn kat om dat een dag van te voren te doen. Je stofzuigt en nog geen minuut later besluit mijn kat om haar gehele kattenbak eens even heerlijk uit te mesten. Over mijn vloer. Dus nadat ik op mijn knietjes de vloer had gedweild heb ik snel de deur naar de kattenbak dichtgedaan, Sterre moest het maar eens een dagje ophouden.
Om één uur kwamen de eerste klanten binnen, uiteraard mijn ouders. Overigens zonder vibrator maar dat terzijde. Om 4 uur was het spitsuur in mijn huis. De woonkamer zat vol met broers, neven, nichten, honden, kinderen en vrienden. Ik rende van de koelkast naar de lege glazen, van de lege chipsbak weer terug naar de keuken. Droge worst snijden, o de deurbel gaat, deur openen, shit het kind loopt bijna de deur uit, nieuwe visite positioneren en drankjes geven, cadeautje uitpakken, o leuk een boekenbon dankjewel, waar was ik ook alweer mee bezig? O ja de droge worst, terug naar de keuken, droge worst op de salontafel neerzetten, o shit de hond pakt de worst, doe die hond even op het balkon! Kinderen moeten limonade, niet te sterk niet te slap, heeft iedereen nog te drinken? O shit de hond poept op mijn balkon, balkon schoonspoelen met water, Nienke speel even een stukje op je viool!, o klinkt lekker vals, kinderen piesen naast mijn zojuist schoongemaakte toilet, hoe was je vakantie? Ja leuk, hoe was jouw vakantie? Leuk. Mooi. Tis wat hè met dat kabinet! Nou!
Om tien uur was iedereen weer weg en kon ik eindelijk zitten. De laatste twee uur van mijn verjaardag heb ik heerlijk in stilte genoten. Mijn huis was een grotere ravage dan voorheen en ik kon weer helemaal opnieuw beginnen met opruimen. Gelukkig duurt het nog een jaar voordat ik weer jarig ben dus voorlopig ben ik niet aan de beurt. Tot die tijd laat ik deze ‘gezellige rommel’ lekker liggen!
dinsdag 31 augustus 2010
Dagdromen
Toen ik een klein meisje was speelde ik vaak in de tuin van mijn oma. In de tuin was ik altijd aan het dagdromen. Ik kon daar helemaal in op gaan. Vaak fantaseerde ik dat ik een beroemde actrice was of een zangeres. Een andere favoriete droom van mij was dat er een nieuwe jongen bij ons in de klas kwam en dat hij verliefd op mij werd en ik op hem. Ik bedacht hoe ik hem op de eerste schooldag zou ontmoeten en hoe we voor het eerst gingen zoenen. Ik kon dagen ronddwalen in mijn fantasiewereld terwijl ik het gras van mijn oma met de handmaaier maaide.
Zelfs aan tafel tijdens het avondeten dagdroomde ik er op los. Ik was vaker ergens anders dan bij mijn ouders aan tafel. Ik had hele gesprekken met de jongen van mijn dromen en moest zelfs hardop lachen om zijn grapjes. Mijn moeder vroeg dan altijd nieuwsgierig waarom ik zo moest lachen, maar dat was natuurlijk geheim. Ze mocht niet weten over welke jongens ik fantaseerde en met wie ik in mijn dromen stiekem stond te zoenen.
In de loop der jaren is het dagdromen minder geworden en ben ik uitgegroeid tot een normale realistische vrouw van 25 jaar. Dagdromen hoort op deze leeftijd niet meer dus ik sta met beide benen op de grond. Tot voor kort. Sinds een paar weken ben ik weer schaamteloos aan het dagdromen. Ik ben weer helemaal afgedwaald in mijn fantasiewereld, het is er wat stoffig maar hij is er nog steeds. Als ik alleen ben kan ik hardop praten en lachen! Natuurlijk gaan al mijn dagdromen over een jongen, want dat zijn nou eenmaal typische droom onderwerpen. Meisje ontmoet jongen, jongen vraagt of ze zin heeft om iets te gaan eten, meisje zegt verlegen ja, ze gaan uit eten, jongen brengt haar thuis, ze zoenen en dan gaan ze trouwen en leven ze nog lang en gelukkig. Natuurlijk is er iemand die de hoofdrol speelt in mijn dagdromen, maar ik ga natuurlijk niet zeggen wie dat is. Dat is geheim!
Zelfs aan tafel tijdens het avondeten dagdroomde ik er op los. Ik was vaker ergens anders dan bij mijn ouders aan tafel. Ik had hele gesprekken met de jongen van mijn dromen en moest zelfs hardop lachen om zijn grapjes. Mijn moeder vroeg dan altijd nieuwsgierig waarom ik zo moest lachen, maar dat was natuurlijk geheim. Ze mocht niet weten over welke jongens ik fantaseerde en met wie ik in mijn dromen stiekem stond te zoenen.
In de loop der jaren is het dagdromen minder geworden en ben ik uitgegroeid tot een normale realistische vrouw van 25 jaar. Dagdromen hoort op deze leeftijd niet meer dus ik sta met beide benen op de grond. Tot voor kort. Sinds een paar weken ben ik weer schaamteloos aan het dagdromen. Ik ben weer helemaal afgedwaald in mijn fantasiewereld, het is er wat stoffig maar hij is er nog steeds. Als ik alleen ben kan ik hardop praten en lachen! Natuurlijk gaan al mijn dagdromen over een jongen, want dat zijn nou eenmaal typische droom onderwerpen. Meisje ontmoet jongen, jongen vraagt of ze zin heeft om iets te gaan eten, meisje zegt verlegen ja, ze gaan uit eten, jongen brengt haar thuis, ze zoenen en dan gaan ze trouwen en leven ze nog lang en gelukkig. Natuurlijk is er iemand die de hoofdrol speelt in mijn dagdromen, maar ik ga natuurlijk niet zeggen wie dat is. Dat is geheim!
zondag 22 augustus 2010
Bløf liedjes
Ik heb nooit iets begrepen van Bløf liedjes. Dat is die Zeeuwse band die spontaan zin krijgt in mosselfeesten. Ze schrijven vage teksten als ‘mijn schoenen zijn gejat, maar ik hoef nog niet naar buiten want er is nog wel wat’. Waarom zijn zijn schoenen gejat en wie doet er nou zoiets? En waarom hoef je dan niet meer naar buiten? Je kan toch een nieuw paar schoenen aantrekken of pantoffels? En ‘er is nog wel wat’ vind ik ook zo vaag, wat is er dan?
Toch ben ik vorige week op een zeer realistische wijze achter de betekenis gekomen van deze tekst. Ik zal bij het begin beginnen. Ik was dit jaar op vakantie in Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. En in Kiev lopen de vrouwen niet op comfortabele Birkenstocks maar op stilettohakken. Omdat ik mij na een week een lompe toerist voelde bedacht ik me dat ik mezelf ook maar zo’n paar stilettohakken wilde laten aanmeten. Dus ik een schoenenwinkel in en een half uur later liep ik met een vers paar fuchsiaroze stilettohakken de winkel uit. Terug in Nederland aangekomen besloot ik om ze een keer naar mijn werk aan te doen. Voor de zekerheid nam ik een paar slippertjes mee en dat was maar goed ook want na twee uur kon ik al niet meer op die krengen lopen! Mijn stiletto’s werden ingeruild voor slippers en de rest van de dag kon ik weer vrolijk rondhuppelen zonder mijn enkel te verzwikken.
Uit mijn werk ging ik op de fiets naar de Albert Hein en mijn nieuwe schoenen gingen in de fietstas. Voor de supermarkt stond ik nog in dubio. Zal ik mijn schoenen mee de winkel in nemen? Ze pasten niet in mijn handtas en om nou met een paar schoenen in mijn hand door een supermarkt te lopen dat vond ik ook zo raar. Dus ik besloot om ze in de fietstas te laten zitten. Wie zou er nou een paar onmogelijke hakken jatten? Ik loop de supermarkt in, doe mijn boodschapjes en sta een half uur later weer buiten. Ik wil de boodschappen in mijn fietstas doen en wat zie ik: mijn schoenen zijn gejat! Mijn eerste reactie was teleurstelling. Ik had ze net, ze waren een vakantiesouvenir en ik vond ze ook wel mooi. Maar al snel maakte een soort blijdschap van mij meester. Ik hoefde mij niet meer schuldig te voelen over het feit dat ik mijn nieuwe schoenen nooit aanhad. Sterker nog: Ik hoefde die krengen nooit meer te dragen! Iemand anders, met maat 39, gaat op deze onmogelijke stilettohakken lopen. Ze loopt waarschijnlijk vol trots te flaneren door de straten van Amsterdam en verzwikt daarbij haar enkel. Vervolgens blijft ze met de naaldhak in de tramrails haken, valt en breekt een rib. Het doet mij een genoegen dat iemand anders al dit leed wil ondergaan! Ondertussen kan ik lekker veilig op mijn slippertjes blijven lopen. Mij zal niets overkomen. Mijn schoenen zijn gejat, en ik ga toch naar buiten want er is altijd wel wat.
Toch ben ik vorige week op een zeer realistische wijze achter de betekenis gekomen van deze tekst. Ik zal bij het begin beginnen. Ik was dit jaar op vakantie in Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. En in Kiev lopen de vrouwen niet op comfortabele Birkenstocks maar op stilettohakken. Omdat ik mij na een week een lompe toerist voelde bedacht ik me dat ik mezelf ook maar zo’n paar stilettohakken wilde laten aanmeten. Dus ik een schoenenwinkel in en een half uur later liep ik met een vers paar fuchsiaroze stilettohakken de winkel uit. Terug in Nederland aangekomen besloot ik om ze een keer naar mijn werk aan te doen. Voor de zekerheid nam ik een paar slippertjes mee en dat was maar goed ook want na twee uur kon ik al niet meer op die krengen lopen! Mijn stiletto’s werden ingeruild voor slippers en de rest van de dag kon ik weer vrolijk rondhuppelen zonder mijn enkel te verzwikken.
Uit mijn werk ging ik op de fiets naar de Albert Hein en mijn nieuwe schoenen gingen in de fietstas. Voor de supermarkt stond ik nog in dubio. Zal ik mijn schoenen mee de winkel in nemen? Ze pasten niet in mijn handtas en om nou met een paar schoenen in mijn hand door een supermarkt te lopen dat vond ik ook zo raar. Dus ik besloot om ze in de fietstas te laten zitten. Wie zou er nou een paar onmogelijke hakken jatten? Ik loop de supermarkt in, doe mijn boodschapjes en sta een half uur later weer buiten. Ik wil de boodschappen in mijn fietstas doen en wat zie ik: mijn schoenen zijn gejat! Mijn eerste reactie was teleurstelling. Ik had ze net, ze waren een vakantiesouvenir en ik vond ze ook wel mooi. Maar al snel maakte een soort blijdschap van mij meester. Ik hoefde mij niet meer schuldig te voelen over het feit dat ik mijn nieuwe schoenen nooit aanhad. Sterker nog: Ik hoefde die krengen nooit meer te dragen! Iemand anders, met maat 39, gaat op deze onmogelijke stilettohakken lopen. Ze loopt waarschijnlijk vol trots te flaneren door de straten van Amsterdam en verzwikt daarbij haar enkel. Vervolgens blijft ze met de naaldhak in de tramrails haken, valt en breekt een rib. Het doet mij een genoegen dat iemand anders al dit leed wil ondergaan! Ondertussen kan ik lekker veilig op mijn slippertjes blijven lopen. Mij zal niets overkomen. Mijn schoenen zijn gejat, en ik ga toch naar buiten want er is altijd wel wat.
donderdag 12 augustus 2010
Ar vitsie Kartuli!
Georgie is een fantastisch mooi land om in te reizen. De natuur is ongerept met het ruige Kaukasus gebergte, de mooie rivieren en natuurlijk het subtropische gebied aan de Zwarte Zee. Ook de cultuur is interessant met de Orthodoxe kerken, het lekkere eten en het overvloedig nuttigen van zelfgebrouwen alcoholische dranken.
Toch is er een klein nadeel aan reizen door Georgie en dat is de taal. De rare spaghettiletters zijn onmogelijk te lezen om maar niet te beginnen over het verstaan van de taal. Als tweede taal hebben de Georgiers Russisch waar ik ook al geen enkele kennis van heb genoten. Engels spreken de oudere generaties niet en waarom ook? Iedereen spreekt per slot van rekening toch Russisch? Zelfs mijn middelmatige kennis van Duits, Frans en Spaans komen in dit oude Sovjet gebied totaal niet tot hun recht.
Iedere dag loop ik vanaf Inge's huis naar Freedom Square (in het Georgisch: Tavisuplebis Moedani) het hart van Tbilisi. Onderweg kom ik langs een klein buurtwinkeltje waarvan de eigenaar altijd buiten op een stoeltje zit. Als ik langsloop lacht hij vermakelijk naar me en zegt iets tegen me. Ik loop er al twee weken langs en ik heb geen idee wat hij tegen me zegt! Waarschijnlijk is het iets in de trant van: "O allerschoonste vrouw op deze aarde, ik aanbid u!" Kan haast niet missen. Maar toch zeker weten doe ik het niet.
Zoals ik al zei kan het dus verdomd lastig zijn om de taal niet te spreken. Denk maar aan een vakantie in Frankrijk. Hoeveel mensen zijn er niet die klagen over dat de Fransen geen Engels kunnen? Maar het Frans van de gemiddelde Nederlander met Mavo-diploma is tien keer beter dan mijn Georgisch. Sterker nog, ik hoor niet eens het verschil tussen Georgisch en Russisch! Dus als ik in een mashrutka zit (een minibus) en de buschauffeur begint tegen mij te praten dan zeg ik op mijn allervriendelijkst: "Ar vitsie Kartuli" wat "Ik spreek geen Georgisch" betekent. Dit wordt ontvangen door een bulderend gelach! (Georgische buschauffeurs zijn grote mannen met bierbuiken en haar op hun armen die bulderend kunnen lachen.) Hahaha, ar vitsie Kartuli!!! Want uiteraard waren ze Russisch tegen me aan het praten en geen Georgisch. Dus ik sta hier regelmatig voor lul.
Kun je je voorstellen dat je tegen een Japanse toerist zegt: Hello sir, how can I help you? en dat hij antwoord: Ik spreek geen Nederlands. Nou dat is dus Nienke Oortwijn in Georgie. Ik hou niet alleen de reputatie hoog van 'domme toerist' ook alle voorordelen over domme blondjes blaas ik volledig nieuw leven in!
Toch is er een klein nadeel aan reizen door Georgie en dat is de taal. De rare spaghettiletters zijn onmogelijk te lezen om maar niet te beginnen over het verstaan van de taal. Als tweede taal hebben de Georgiers Russisch waar ik ook al geen enkele kennis van heb genoten. Engels spreken de oudere generaties niet en waarom ook? Iedereen spreekt per slot van rekening toch Russisch? Zelfs mijn middelmatige kennis van Duits, Frans en Spaans komen in dit oude Sovjet gebied totaal niet tot hun recht.
Iedere dag loop ik vanaf Inge's huis naar Freedom Square (in het Georgisch: Tavisuplebis Moedani) het hart van Tbilisi. Onderweg kom ik langs een klein buurtwinkeltje waarvan de eigenaar altijd buiten op een stoeltje zit. Als ik langsloop lacht hij vermakelijk naar me en zegt iets tegen me. Ik loop er al twee weken langs en ik heb geen idee wat hij tegen me zegt! Waarschijnlijk is het iets in de trant van: "O allerschoonste vrouw op deze aarde, ik aanbid u!" Kan haast niet missen. Maar toch zeker weten doe ik het niet.
Zoals ik al zei kan het dus verdomd lastig zijn om de taal niet te spreken. Denk maar aan een vakantie in Frankrijk. Hoeveel mensen zijn er niet die klagen over dat de Fransen geen Engels kunnen? Maar het Frans van de gemiddelde Nederlander met Mavo-diploma is tien keer beter dan mijn Georgisch. Sterker nog, ik hoor niet eens het verschil tussen Georgisch en Russisch! Dus als ik in een mashrutka zit (een minibus) en de buschauffeur begint tegen mij te praten dan zeg ik op mijn allervriendelijkst: "Ar vitsie Kartuli" wat "Ik spreek geen Georgisch" betekent. Dit wordt ontvangen door een bulderend gelach! (Georgische buschauffeurs zijn grote mannen met bierbuiken en haar op hun armen die bulderend kunnen lachen.) Hahaha, ar vitsie Kartuli!!! Want uiteraard waren ze Russisch tegen me aan het praten en geen Georgisch. Dus ik sta hier regelmatig voor lul.
Kun je je voorstellen dat je tegen een Japanse toerist zegt: Hello sir, how can I help you? en dat hij antwoord: Ik spreek geen Nederlands. Nou dat is dus Nienke Oortwijn in Georgie. Ik hou niet alleen de reputatie hoog van 'domme toerist' ook alle voorordelen over domme blondjes blaas ik volledig nieuw leven in!
Abonneren op:
Posts (Atom)
